De huidige eigenaar, Staatsbosbeheer, is momenteel bezig met het opstellen van een plan om de aanwezige cultuurhistorische elementen te versterken en als een eenheid vorm te geven. Onderdelen van dit plan zijn onder meer de reconstructie van de oude wildwallen, het herstellen van schaapsdriften en het herintroduceren van de eikenhakhoutcultuur. Plaatselijk zullen ook oude beukenlanen worden vervangen door jonge aanplant om te voorkomen dat alle oude bomen tegelijk afsterven en daarmee het biotoop van veel organismen verdwijnt. Kenmerkend voor Hoog Buurlo is dus dat er veel variatie op een relatief klein gebied is. Met z’n 100 hectare is het voor een groot deel omgeven door heideterreinen. Deze oase in zo’n relatief arm gebied heeft een grote aantrekkingskracht op veel planten- en diersoorten. Zo vinden de boommarter, das en bunzing er een thuis. Ook vleermuizen, uilen en zwarte spechten komen er rijkelijk voor. Wanneer het hakhout terugkomt zullen struweelminnende vogels toenemen. Ook wordt een toename verwacht van het aantal vlinders. In 2004 is de akkerbouw teruggekeerd op Hoog Buurlo in de vorm van een rogge-akker. De toename van deze vorm van grondgebruik zal leiden tot een toename van akkerkruiden en insecten.
Door thans inventarisaties uit te voeren wil Staatsbosbeheer zorg kunnen dragen voor een juiste uitvoering van de komende maatregelen. Het werk moet immers niet enkel leiden tot een mooier, maar ook tot een soortenrijker Hoog Buurlo
