Bomen kappen op Hoog Buurlo

In maart 1813 vaardigde Napoleon een decreet uit waarbij werd bepaald, dat de Nederlandse vestingen in verhoogde staat van tegenweer gebracht moesten worden. De Franse majoor Maymat, de toenmalige commandant van Deventer, gaf – vaak op hardhandige wijze – gevolg aan de bevelen van zijn keizerlijke meester. De nabijheid de door de Fransenbezette vesting Deventer heeft de Apeldoorners heel wat moeilijkheden berokkend. Op 15 mei 1813 begaf de Franse kapitein der genie Morlet zich in gezelschap van de maire Gunningh, de heren F.J. van der Wall, Gerrit Berends Eikendal en de timmerman Oosterink naar Hoog Buurlo. Daar moesten bomen uitgezocht worden voor het maken van palissaden ter versterking van Deventer. Hiervoor bleken niet minder van 571 eiken en 177 beuken nodig te zijn. Het vervoer van al deze stammen van het veraf gelegen Hoog Buurlo bracht nogal wat moeilijkheden met zich mee. Want op 15 november – een half jaar later - waren nog niet alle bomen in Deventer aangekomen. De stadscommandant stelde Burgemeerster Gunningh aansprakelijk voor de trage levering. Wanneer de maire niet onmiddellijk zijn houding wijzigde zou hij door Franse gendarmes uit Apeldoon gehaald en ‘exemplair’ gestraft worden. De Fransen verdachten Gunningh van sabotage, waarschijnlijk niet ten onrechte.
Archief Apeldoorn
Manuscriptenverzameling nr. 25

R. Hardonk – De van Kinsbergens en Huize Welgelegen 1971 (pag. 70/71)


(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken